De docenten van de opleiding Kunstgeschiedenis liepen vorige week mijn deur plat met de vraag of er op korte termijn voor Onderzoeksvaardigheden een rondleiding door de bibliotheek én een introductie op de Digitale Bibliotheek kon worden georganiseerd.
In tegenstelling tot voorgaande jaren was hiervoor een regulier college van twee uur beschikbaar. Na drie van de vijf rondleidingen blijkt dat dit een positief effect heeft op de aanwezigheid van de studenten. Een andere conclusie is dat de groepen vrij omvangrijk zijn, ze bestaan allemaal uit meer dan twintig studenten. De groei van het aantal eerstejaars aan het begin van het studiejaar is tot aan het begin van het tweede blok merkbaar. Er was ook sprake van een – in mijn ogen – opvallend hoge gemiddelde leeftijd. Veel studenten bleken al enige ervaring met de gedemonsteerde systemen te hebben opgedaan omdat het omzwaaiers, doorzetters of deeltijders zijn en dan heb ik het nog niet over de enkele MA-student die verplicht deelneemt aan Onderzoeksvaardigheden. Misschien daarom was er tijdens de colleges sprake van een goede respons en werden er veel vragen gesteld.
Voor mij was het altijd gissen wat er van dit ene college bij de studenten blijft hangen. Maar na deze week hoef ik mij daar absoluut geen zorgen over te maken want een van de opdrachten na het college was het vinden van een kunsthistorisch boek. De studenten bleken een van de kenmerken van gedrukte informatie uitstekend te kunnen verwoorden want een aantal van hen ging vol enthousiasme in onze bibliotheek op zoek naar zo’n “boekding”. Geen e-boek maar een boek met een fysieke component dus. Een p-boek! Een open deur misschien, maar mijn verwachting is dat de studenten nu ook weten wat ‘artikel-’, ‘bundel-’ en ‘tijdschriftdingen’ zijn en dat zij onthouden hoe en waar zij deze kunnen vinden.
