In verschillende Nederlandse steden zijn straten vernoemd naar de schilders Gerard de Lairesse en Carel van Mander. De Lairesse en Van Mander waren dubbeltalenten die ook als schrijver actief waren. Maar in tegenstelling tot Rembrandt en andere kunstenaars wier namen voortleven, danken zij hun bekendheid misschien meer aan het schrijven dan aan het schilderen.
Hun publicaties, zoals Het schilder-boeck… van Van Mander en het Groot schilderboek… van De Lairesse, zijn binnen de kunsthistorische wereld onmisbaar als bron voor de bestudering van 16e en 17e-eeuwse schilders en de toenmalige theorie en praktijk van het schilderen. De Lairesse en Van Mander maken deel uit van een kleine groep die op deze wijze de contemporaine kunst- c.q. schilderswereld vastlegden. Gerard Hoet, Cornelis de Bie, Willem Goeree en niet te vergeten Jacob Campo Weyerman zijn enkele andere namen. Beroemd zijn ze er niet mee geworden want in Nederlandse schilderswijken zijn bij mijn weten naar hen geen straten vernoemd.
Op haar website biedt Codart, een internationaal netwerk van conservatoren van Nederlandse en Vlaamse kunst, een overzicht aan van deze schrijvers én hun teksten. Bijna alle publicaties gaan vergezeld van een link naar een elektronische versie van de tekst. Een deel daarvan is opgenomen in de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren, een deel is beschikbaar via de Digital special collections van de UU en een deel via Google Books. De teksten zijn, door de aanbieder of door Codart, op woordbasis doorzoekbaar gemaakt. Maar let op, met de woordenschat van het toenmalige Nederlands! Dus “fchilderen”, “teijcken-konst” en “Rembrand” of “Rembrant”. Maar dat zijn details, belangrijker is dat deze auteurs nu voor de eeuwigheid (?) zijn te vinden op de Internet-snelweg.