Voor het jaarlijkse congres dat het Arbeitsgemeinschaft der Kunst- und Museumbibliotheken samen met het Initiative Fortbilding für Wissenschaftliche Spezialbibliotheken und verwandte Einrichtingen e. V. organiseerde, was ik half november in Keulen. Het congres droeg de intrigerende titel Wie der Frosch im Butterfass…Wege fürs surviving and thriving von Kunst- und Museumbibliotheken. Is er mooier taal dan Duits?
Centraal op het congres stond de wijze waarop kunstbibliotheken het publieke domein moeten betreden. Moeten, jawel. Deborah S. Shorley gaf in haar keynote lezing aan dat “moeten” moet want ook kunstbibliotheken dienen zich in toenemende mate te onderscheiden in de strijd om het bestaan. De organisatie had aan de hand van dit thema een gevarieerd programma samengesteld slechts af en toe onderbroken door een korte pauze. De lezingen boden een overzicht van hoe kunstbibliotheken in Duitstalige landen onwennig, maar wel steeds zelfverzekerder, de belangstelling van het publiek proberen te trekken door een beroep te doen op de unieke delen van de collectie of op diensten die op het eigen publiek zijn toegesneden.
Een op het oog overtuigend voorbeeld gaf Dr. E. Purpus in haar lezing over de Kölner Kunst- und Museumsbibliothek (KMB). KMB verzorgt de literatuurvoorziening en het beeldmateriaal voor de gezamenlijke Keulse musea. Deze onafhankelijke positie bleek in een rapport van McKinsey een zwak punt waardoor de KMB enkele jaren geleden plotseling in haar bestaan werd bedreigd. Wat te doen?
Eerst werden er zelfvragen gesteld, zoals: “Wie zijn we? wat doen we? waarom doen we dat?” en vooral “wie weet wat we doen en wie zegt daar wat over?” Purpus kon in haar lezing ook antwoorden geven. Doortastend, creatief, zich bewust van de unieke delen van de collectie en de specifieke diensten, manifesteerde de instelling zich in toenemende mate binnen het publieke domein. Zij wees daarbij onder meer op de identiteit van de KMB die duidelijker werd door ingrijpende verbeteringen aan de website, op de digitalisering en ontsluiting van uniek materiaal en op de organisatie van lezingen met kunstenaars.
Misschien was het deels verdwijnen van het Historische Archiv der Stadt Köln in de stedelijke metro of een omvangrijke schenking van kunstvoorwerpen en de bijbehorende bibliotheek van Peter en Irene Ludwig aan de KMB ook belangrijk. Maar een feit is dat op de tekentafel een schets ligt voor gezamenlijke nieuwbouw van het stadsarchief en de KMB. Overigens is een nieuw onderkomen voor de KMB geen overbodige luxe zo bleek tijdens de rondleiding aan het begin van de avond. De huisvesting was sleets en verre van sfeervol.
Of KMB’s “Veränderingsmanagement” doorslaggevend was voor het afwenden van de sluiting en de geplande nieuwbouw blijft voor mij de vraag. Maar wie van de aanwezigen op deze twee Duitse dagen nog denkt dat doorlopende profilering van de eigen instelling, op welk gebied of op welke manier dan ook, niet nuttig is, heeft boter op het hoofd.
[...] eerder geschreven was ik medio november aanwezig bij het jaarlijkse congres dat werd georganiseerd voor collega’s [...]