Het zoemde al een tijdje: de plannen om alle FGw-collecties van de UvA te plaatsen volgens één systeem. Jongstleden dinsdag vond de kick off plaats voor de UBA-medewerkers die bij dit project zijn betrokken. Bert Zeeman, lid van de stuurgroep, blikte met zijn inleidende woorden terug op een soortgelijk voornemen veertien jaar geleden.
Het uitgangspunt van dat project, één plaatsingsysteem toen op basis van de Nederlandse Basisclassificatie, is nog steeds geldig. Voor de gebruiker zijn de 35 binnen FGw gehanteerde plaatsingsystemen een crime. Met één systeem verdwijnt niet alleen dit probleem, er komt meer overzicht omdat het materiaal van verschillende collecties wordt geïntegreerd. De UBA heeft na wikken en wegen gekozen voor de Library of Congress Classification (LCC) als plaatsingssysteem. De LCC is in gebruik is bij nogal wat academische bibliotheken.
De 35 systemen van de FGw zijn er veel. Maar binnen de kunsthistorische wereld stelt dit niet zoveel voor want uit het themanummer van Art Libraries Journal (2011, nr. 4) blijkt dat er bijna evenveel kunstbibliotheken als plaatsingsystemen zijn. Aan bod komen Dewey Decimal Classification, Universal Decimal Classification, Bliss Classification, de van deze classificaties afgeleide systemen en uiteraard ook de in eigen huis ontwikkelde systemen.
Twee van de artikelen gaan in op variaties van de LCC. Zo is rubriek N44 ontwikkeld voor een alternatieve plaatsing van boeken over kunstenaars in één alfabetische sequentie, en fotografiebibliotheken gebruiken voor artistieke fotografie de rubriek NH in plaats van TR. Deze twee bijdragen schiepen bij mij twijfel ten aanzien van het ontlenen van LCC-codes: zou op basis van ontlening ons ene fotografieboek in NH worden geplaatst en ons andere in TR? Maar dat gevaar lijkt niet zo groot want de UBA ontleent plaatsnummers die volgens het Classification Web van de Library of Congress tot stand zijn gekomen en binnen dit systeem worden zowel N44 als NH niet gebruikt.
Er was nog een opvallend punt. De omzetting van het materiaal van de Bibliotheek Kunstgeschiedenis wordt binnen het project als problematisch gezien. Niet omdat dat lastiger is dan voor andere FGw collecties maar omdat tijdens de looptijd van het LCC-project de Bibliotheek Kunstgeschiedenis ook een omvangrijke reductie van het materiaal in open opstelling moet realiseren en zich, met een afgeslankte collectie, dient te prepareren op de verhuizing naar het E-gebouw van de UB (Singel 425) medio 2013. Gezien het aantal projectmedewerkers aanwezig bij de kick off realiseert de UBA zich dat de inzet hoog moet zijn, overigens ook ten aanzien van de andere collecties. Het verdient dan ook aanbeveling de onderneming niet droogjes met “LCC-project” aan te duiden want er is veel meer dan 50cc aan vermogen nodig wil de UBA de herplaatsing in de geplande termijn kunnen realiseren.