CAT. en MUS. vermageren

De werkgroep Herhuisvesting heeft afgelopen najaar aangegeven welke boekrubrieken van de Bibliotheek Kunstgeschiedenis kunnen worden uitgedund. Een kandidaat om af te slanken is CAT.MUS. de rubriek voor bezitscatalogi van musea, catalogi van delen van het bezit, overzichten van aanwinsten, internationale, landelijke of lokale adresgidsen én de rubriek waarin ook publicaties over de geschiedenis van specifieke kunstmusea worden geplaatst.

CAT.MUS. telt zo’n 2.500 titels, wat niet alle bezitscatalogi in de collectie zijn want catalogi met tekeningen en miniaturen van musea, en catalogi van particulier bezit staan elders. Voor het uitdunnen van CAT.MUS gelden criteria die al binnen de bibliotheek worden gebruikt: een bezitscatalogus komt voor verplaatsing in aanmerking als deze is gepubliceerd vòòr 1930 of niet is geschreven in het Nederlands, Duits, Engels, Frans of Italiaans of is gedrukt in Gotisch schrift en natuurlijk als het binnen de collectie doubleert of als er een actuelere uitgave aanwezig is.

Omdat de werken in CAT.MUS. niet-uitleenbaar zijn en uitleengegevens, eventueel in combinatie met andere criteria, bij de sanering daarom geen rol kunnen spelen, is de werkgroep gevraagd om een aantal aanvullende uitgangspunten voor het uitdunnen te formuleren. Hierbij werd helder dat de bezitscatalogi van musea in plaatsen waar excursies heenvoeren speciale aandacht vereisen. Het betreft musea in steden als Utrecht, Den Haag of Amsterdam of als de excursie naar het buitenland voert, openbare verzamelingen in plaatsen als Berlijn, Florence, Parijs, New York en London.

Van deze instellingen zal relatief veel materiaal in open opstelling beschikbaar blijven maar ook dit zal tegen het licht van de aanvullende criteria worden gehouden. Volgens deze extra richtlijnen komen de volgende soorten publicaties voor deselectie in aanmerking:

  • verouderde (adres)gidsen, denk dan aan publicaties als De Musea in Brugge, Nederlandse musea en aan gedateerde gidsen van musea (Kurzführer, A short guide et cetera);
  • catalogi van niet-kunsthistorische objecten, bijvoorbeeld met archeologisch erfgoed en/of historische objecten;
  • incomplete overzichten van aanwinsten. Van een bepaald museum is bijvoorbeeld alleen Neuerwerbungen 1959 aanwezig of de Recente aanwinsten van enkele jaren of een overzicht van de Golden anniversary acquisitions;
  • overzichten van het bezit bedoeld voor het grote publiek. Denk in dit geval aan niet-wetenschappelijke uitgaven zonder een specifiek aandachtsgebied met titels waarin woorden als Ausgewählte Werke, Selected paintings, Tresors d’art en Masterpieces zijn terug te vinden.

Uiteraard is het uitdunnen hiermee werkbaarder geworden maar bij twijfel over het wel of niet verplaatsen van een bezitscatalogus kan nog altijd een lid van de wetenschappelijke staf om een oordeel worden gevraagd. Want tot medio 2013 zitten we gelukkig nog in hetzelfde gebouw.

Advertenties